Monologisch

Hermatologisch Getest M/V

Heb ik een bril? Heb ik rood haar? Een hoed? Bruine ogen? Dikke lippen? Ben ik Claire? Of Alphons? Ben ik een man? Ben ik een vrouw?

Ik ben perfect. Ik ben een jongensmeisje. Nu ben ik geheim. Maar later als ik groot ben, komen er steeds meer. Dan is er een pil voor alle jongensmeisjes. Zodat zij blijven leven en alle andere mensen doodgaan. Dan zijn we op een gegeven moment met z’n allen en dan zijn we klaar. Dan beginnen we opnieuw. Dan is er eerst weer niets. Dan is er heel veel lawaai. Dan is er een aap met twee kanten en die heet dubbelgorilla. Die dubbelgorilla’s, worden dubbelmensen en dan komt de krokodil. En de krokodil kan de bliksem aan en uit zetten. Met de bliksem maakt de krokodil dan van de dubbelmensen, twee soorten halfmensen. Die zijn ofwel: van boven vrouw en van onder man, ofwel van onder vrouw en van boven man. Dan is iedereen alles en dan leven we nog lang en gelukkig. Zo gaat het. Want de krokodil heeft een vergissing gemaakt. Die heeft de halfmensen niet goed gesorteerd. Die heeft hele mannen en hele vrouwen gemaakt en nu is iedereen ongelukkig. En in paniek. Behalve ik. Ik ben de enige die gelukt is, maar dat begrijpen ze niet en daarom ben ik hier. Omdat iedereen in paniek raakt van mij. 

Ze zeggen dat ik moet kiezen. De mensen in de zilveren pakken. Ik weet ook wel dat ze wit zijn, maar ik doe net alsof ze van zilver zijn want dan is het net of ik niet ziek ben. Ik ben ook niet ziek. Maar dat weten zij niet. Ik ben perfect. Ze willen ook steeds weten wat ik later wil worden en dan zeg ik: ‘Ik wil een duobaan als kapitein op een duikboot en balletdanseres.‘

Ik ben zo bang dat ik opgeef. Dat ik zeg:  ‘Oké, doe maar een meisje dan.’ Dan krijg ik pillen die maken dat ik ineens allemaal andere dingen wil. Ik wil niet meer staand plassen. En heel mooi zijn. Omdat ik denk dat dat heel belangrijk is. Ik doe verlegen als ik iets belangrijks wil zeggen. Omdat ik denk dat dat niet mag. Dus doe ik net alsof ik dingen niet weet, terwijl ik ze wel weet. Ik wil dat iedereen mij aardig vindt. En als dat niet zo is, ga ik met een heel klein stemmetje praten en dan vindt iedereen mij ineens ‘schattig’. Ik weet niet of ik ze ga dragen maar ik moet hoe dan ook op hakken kunnen lopen. Dat mag best een beetje wankel. Dat is een mooie weerspiegeling van mijn Bambi-achtige gedrag. Ik blijf een beetje vaag. Excuus: mysterieus. Het mysterie vrouw bestaat bij de gratie van veel onduidelijkheid, twijfel en onzekerheid.

Of ik zeg: ‘Oké, een jongetje dan.’ Dat wordt een heel ander scenario. Een beetje de wet van de remmende voorsprong. Ik val in eerste instantie wel meer op. Maar ben ik eenmaal aan het woord, moet ik wel iets zeggen dat hout snijdt. Want bij mij is het dus niét schattig als ik iets doms zeg. Ik heb een computerchip in mijn hoofd die 24 uur per dag porno uitzendt. In het begin krijg ik daar op ieder onbewaakt moment een stijve van. Dan vind ik mezelf terug bij vreemde mensen op het toilet. Omdat ik gewoon echt even moet… En dan.. Hoesten en dan… Dan ga ik weer op de bank hangen en gamen en bier drinken en chagrijnig doen tegen mijn vrienden. Tegen mijn vrienden mag dat. Tegen meisjes niet. Daar moet ik altijd aardig tegen zijn. En tegen praten. Want anders gaan ze vragen wat er is. En die nemen dus géén genoegen met dat er niks is want er-is-altijd-wat. Die psychologische oorlogvoering verlies ik. Dus word ik boos en dan gaat zij huilen. Daar kan ik niet tegen. Dan verloochen ik desnoods mezelf, zeg overal ja op en bid maar dat ‘die vraag’ niet meer komt. In mijn wereld kan dat ook gewoon. Als ik wil dat iets er niet is, dan is het er ook niet. En ik moet groot en breed en stoer zijn. Én lief en slim en grappig en zorgzaam en sexy en spannend en succesvol en rijk en gevoelig en geil en handig en alwetend en attent en… ik moet eigenlijk alles zijn. Behalve mooi. Dat hoeft dan ineens weer niet… 

Maar ik ben alles. Ik ben een prins, een ridder, een prinses. Ik ben kapitein op een duikboot én balletdanseres. Ik ben een jongensmeisje en een meisjesjongen. Ik ben Claire, Alphons, Peter, Paul, Piet, de Paus! Ik ben het allemaal! En als ik terugkom, dan kom ik terug als hermafrosfinx! Dan ben ik voor de helft: half man half vrouw en voor de andere helft: half vrouw half kat. Dus dan ben ik: voor de helft vrouw, een kwart man en een kwart kat en dat lijkt mij de oplossing voor alles. Dan kan ik kinderen verwekken én baren, net hoe het uitkomt. Ik ben sterk én zacht. Ik ben lief én stoer. Ik ben masculien én sexy. Ik vind het wel gezellig met mensen, maar ik hecht me alleen aan degene die mij te eten geeft. Ik neem het leven altijd zoals het komt. Ik heb een kort geheugen. En ik word heel veel geaaid, door iedereen.

 

 

 

Hide